De IEP-toets is een toetsinstrument in het basisonderwijs dat scholen gebruiken om de ontwikkeling van leerlingen te volgen en – in groep 8 – een onafhankelijk schooladvies te ondersteunen. IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel en legt de nadruk op groei, talentontwikkeling en een brede kijk op vaardigheden.
De IEP-toets is ontwikkeld door Bureau ICE en bestaat uit:
Naast taal en rekenen wordt ook gekeken naar sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen.
In groep 3 leren kinderen lezen, schrijven en rekenen. Dit is een cruciaal leerjaar waarin basisvaardigheden worden gelegd.
De resultaten geven inzicht in leessnelheid, getalbegrip en werkhouding.
Begrijpend lezen begint al in groep 3. Kinderen leren niet alleen woorden herkennen, maar ook de betekenis van zinnen en korte teksten begrijpen.
In groep 8 maken leerlingen de doorstroomtoets. Deze meet taal- en rekenvaardigheid en ondersteunt het schooladvies.
De IEP-toets is compacter, minder talig opgesteld en legt meer nadruk op groei en talent.
De IEP oefenen helpt vooral bij het versterken van basisvaardigheden. Denk aan dagelijks lezen, rekensommen herhalen en woordenschat vergroten.
De IEP-toets is meer dan een traditionele schooltoets. Het instrument kijkt naar brede ontwikkeling en groei. Voor ouders is het belangrijk om betrokken te blijven en het leerplezier centraal te houden.